De moed om te zijn

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is Spirit Bird van Xavier Rudd.

Dit weekend bezocht ik een vriendin die de drukte van Amsterdam niet meer ziet zitten. Ze heeft zich afgezonderd in een yurt, een ronde Mongoolse tent, op het platteland van Friesland. Zittend bij haar knapperende houtkachel praten we over ons gevoel van vervreemding. Ik voel me vaak alsof ik mezelf en de wereld vanaf een afstandje bekijk. “Wat doe ik hier? In wat voor verwarrend universum tref ik mezelf aan? Waarom is er zoveel angst, verdriet en pijn in de wereld? Kan er een liefdevolle God bestaan die dit toelaat?”

Ik moet denken aan twee jaar geleden. Ik las met Jasper en zijn studiegenoten “De moed om te zijn” van theoloog Paul Tillich. Volgens Tillich lijden we als we geraakt worden door onze eindigheid: de mogelijkheid van ons ‘Niet-Zijn’, die zich manifesteert als onze morele tekortkoming, zinloosheid, en uiteindelijk als onze fysieke dood. Tillich vraagt zich af hoe wij desondanks de moed kunnen vinden om voluit te leven. Dat, zegt hij, “is slechts mogelijk als men het gezichtspunt aanneemt dat het Niet-Zijn tot het Zijn behoort, dat het Zijn niet de levensgrond zou kunnen zijn zonder het Niet-Zijn. … Niet-Zijn drijft het Zijn uit zijn afzondering, het dwingt hem zichzelf dynamisch te doen gelden.”

Dit klinkt behoorlijk abstract, maar als praktisch voorbeeld uit de wetenschap denk ik vaak aan Darwins evolutietheorie. Stel dat geen enkel wezen zou sterven. Dan zou er ook geen natuurlijke selectie bestaan, geen evolutie, en daarmee geen leven.

“Maar waar Niet-Zijn is, daar is eindigheid en angst”, gaat Tillich verder, “Als we zeggen dat Niet-Zijn tot het Zijn-zelf behoort, zeggen we dat eindigheid en angst eveneens tot het Zijn-zelf behoren.” Een harde boodschap, met name voor Tillich die twee wereldoorlogen meemaakte. Maar ook troostrijk. Er bestaat geen Zijn zonder Niet-Zijn, geen leven zonder dood, en geen moed zonder angst.

Mijn vriendin en ik bevrijden ons weer uit onze afzondering en stappen de auto in, terug naar de drukte van de stad.

Netwerk van wederkerigheid

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is Cows with Guns van Dana Lyons (hilarisch lied, erg aan te raden om helemaal te luisteren :P).

Mijn man en ik eten allebei geen dieren. Als mensen ons vragen waarom, zeg ik altijd grappend: “Jasper kan er niets aan doen, hij is zo geboren.” Oftewel, hij is als vegetariër opgevoed. Ik daarentegen klop mezelf op de borst dat ik op mijn zestiende uit vrije keus besloten heb geen dieren meer te eten. Ik maakte de keuze omdat ik weet dat dieren net als mensen pijn ervaren, en ik daarom vind dat ze het recht hebben om rechtvaardig behandeld te worden; iets wat in de moderne vleesindustrie niet gebeurt. Ik had er echter nooit bij stilgestaan dat mijn “offer” voor de dieren eigenlijk ook een offer is voor mezelf, tot ik laatst geraakt werd door een uitspraak van de zwarte schrijfster en feministe Alice Walker:

“De dieren van de wereld bestaan om hun eigen redenen. Ze zijn niet gemaakt voor mensen, net zo min als zwarte mensen voor blanken zijn gemaakt, of vrouwen voor mannen.”

Het is een waarheid als een koe. Als ik als vrouw rechtvaardig behandeld wil worden, moet ik me bezinnen op hoe ik als wit persoon omga met mensen van kleur, en ook hoe ik als mens omga met dieren. Als ik geloof dat ik hen kan gebruiken voor mijn eigen gewin, wat weerhoudt anderen er dan van om datzelfde te geloven over mij? Het is zoals Martin Luther King schreef in de gevangenis van Birmingham:

“Onrecht op enige plek is een bedreiging voor gerechtigheid overal. We zijn gevangen in een onontkoombaar netwerk van wederkerigheid, verbonden in één enkel weefsel van het lot. Wat de één direct beïnvloedt, beïnvloedt allen indirect.”

In deze veertigdagentijd proberen Jasper en ik alle dierlijke producten te vermijden; om ons steeds meer te bezinnen op onze rol in het netwerk van wederkerigheid, en hoe we deze stapje voor stapje kunnen verbeteren. Niet alleen voor de dieren, maar voor onszelf. Zodat iedereen straks kan zeggen: “Niemand heeft het recht om mij te gebruiken; ik besta om mijn eigen redenen.”

Te mooi om waar te zijn

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is Mien Toentje van Ede Staal.

In Groningen kweekten we drie jaar lang al onze groenten. Met name het kweken van tomaten vond ik een mooie tijdsbesteding (of ‘dieverdoatsie’ zoals ze dat in Groningen zeggen).
In februari zaaide ik de tomatenzaadjes in kleine bakjes. Deze zette ik in de warme, zonnige vensterbank van onze badkamer; elk jaar stond hij weer vol. In maart staken de jonge tomatenplantjes hun kopjes al boven de aarde. En na twee maanden dagelijkse zorg konden de plantjes eindelijk de kas in, die door mijn vader en Jaspers stiefvader zelf in elkaar was gezet. Ik plantte altijd dertig tomatenplanten zo’n veertig centimeter uit elkaar, met naast elk plantje een lange spiraal waaraan het omhoog kon klimmen. Dan begon het echte werk: ik leidde de plantjes langzaam omhoog, gaf ze water en snoeide de steeds weer opduikende zijtakjes. En dan, op een zonnige dag in juli, was het eindelijk zover: daar pronkten de eerste rode tomaatjes van het jaar.
Met de duurste mozzarella, versgeplukte basilicum en de nodige bombarie zetten we deze op tafel.
Als ik dan in ons dorp langs het bushokje liep, durfde ik haast niet naar de reclameposter te kijken. “Nu bij Lidl: een halve kilo tomaten voor 1 euro!”. Mijn hart brak. Had ik me al dat werk, al die liefde, aandacht, zorg en verantwoordelijkheid, kunnen besparen voor 1 euro? Ik geloof er niets van.
Zoals Marktplaats waarschuwt: “Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat vaak ook zo”.

Nu zijn we weer terug in Amsterdam, zonder grote moestuin, maar mijn wereld is voorgoed veranderd want ik weet nu dat ik met elke euro die ik uitgeef een keuze maak, die de wereld ook weer verandert. Een keuze voor lokaal of van ver, voor mèt of zonder insecticiden, voor een eerlijke of oneerlijke prijs.
Aan mij om te zorgen dat het vanaf nu de juiste keus is.

Mijn Universum

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is de Bohemian Rhapsody van Queen.

Soms doe ik één oog dicht, om me eraan te herinneren dat ik de wereld maak. Ik zie dan geen diepte. De wereld om me heen lijkt een plat scherm dat zich helemaal om me heen gewikkeld heeft. Als ik mijn ene oog weer open doe en de andere dicht, verschuift het platte scherm een beetje. Als ik mijn beide ogen weer open, gebruiken mijn hersenen deze kleine verschuiving om een driedimensionaal beeld te vormen van mijn omgeving; de wereld is weer ‘normaal’. En tegelijk wordt, door dit te weten, de wereld nooit meer normaal. Ik weet nu dat de vertrouwde omgeving die ik zie – de bomen in het park, de sneeuw op de paden, het silhouet van mijn geliefde – niet ‘echt’ is. Al deze afstanden en structuren worden berekend door middel van de twee platte beelden die mijn beide ogen opnemen. Ik zit gevangen achter deze twee schermen, gevangen achter mijn ogen. Nooit kan ik erachter vandaan komen, en nooit zal iemand me er komen opzoeken. In mijn gevangenis ben ik altijd alleen.

Zelfs mijn eigen lichaam wordt enkel aan mij getoond door deze twee platte schermen. Of het echt mijn lichaam is weet ik eigenlijk niet zeker. Ik denk het alleen, omdat dit het lichaam is dat ik het vaakst zie; de hoofdrolspeelster in de onontkoombare 3D-film van mijn leven. In werkelijkheid zijn er nog veel meer objecten op de schermen, waarvan ik sommige bijna net zo vaak zie. Neem het lichaam van mijn geliefde, de bomen in het park, de grauwe lucht. Is wat ik ben beperkt tot één van deze dingen, of is het de altijd veranderende combinatie ervan? Zijn de twee platte schermen mijn gevangenis, of ben ik deze schermen zelf? De Soefi-mysticus Rumi zou gezegd hebben: “Voel je niet eenzaam, het hele Universum bevindt zich binnen in je.” Als iedereen in hele wereld zich bevindt in mijn gevangenis, dan is het toch iets minder erg om daar te zijn.

Nieuwe maan

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is de Moonlight Sonata van Beethoven.

Toen ik met Dik door het Beatrixpark wandelde, vertelde hij me dat hij zich laatst ontzettend somber voelde. Al snel begon hij toen, zoals gebruikelijk, dingen te bedenken die hem uit de put konden halen: een fikse wandeling, naar de sauna, een inspirerend boek misschien? Maar toen besefte hij: “Wat als het niet erg is dat ik me nu ongelukkig voel? Wat als ik mijn sombere gemoed gewoon mag laten zoals het is?” Plotseling voelde hij een gewicht van zijn schouders vallen; het gewicht om altijd gelukkig te moeten zijn. Paradoxaal genoeg was hij daarna een stuk minder somber; en toen hij het vertelde, ik onmiddellijk ook! Wat een opluchting inderdaad, dat ik niet hoef te strijden tegen mijn somberheid en verdriet. Dat is in deze donkerste dagen van het jaar haast een dagtaak. Mooi dat ik mag vertrouwen dat, helemaal natuurlijk en vanzelf, het geluk vroeg of laat weer om de hoek komt kijken.

De fasen van ons gemoed zijn een beetje zoals die van de maan, die al miljarden jaren trouw haar rondje om de aarde draait. Haar continu veranderende positie ten opzichte van de aarde zorgt ervoor dat ze de zonnestralen dan weer naar ons weerkaatst, dan weer blokkeert. Ik vind het opmerkelijk dat de donkerste fase van de maan, wanneer ze juist helemaal niet te zien is, “nieuwe maan” wordt genoemd. Op dat moment is van iets nieuws nog helemaal geen sprake. En toch ligt blijkbaar juist in deze donkerste fase de belofte van de nieuwe volle maan besloten. Want we weten dat ze zich elke maand weer van haar donkerste kant laat zien, om twee weken later juist weer in volle glorie te schijnen.

De maan draait hier haar hand niet voor om, voor haar zijn beide fasen even natuurlijk. Ik daarentegen zou het liefst continu gelukkig zijn, maar dat is helaas een verloren strijd. In werkelijkheid zou ik zonder ongeluk geen concept hebben van wat geluk betekent, en kunnen ze daardoor niet zonder elkaar bestaan. Samen vormen ze een oneindige en onontkoombare cyclus; beiden zijn ze even nodig.

De eerste dag

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is het nummer Pilgrim van Enya.

Ik word wakker in mijn ouderlijk huis. Vandaag is de dag waarop ik vertrokken zou zijn. Om vijfendertig over zes ‘s avonds was ons vliegtuig opgestegen, en hadden Jasper en ik Nederland en al haar inwoners in de verte zien verdwijnen. Tijdens de vlucht zouden we ons verheugd hebben op een half jaar met z’n tweeën, met ons tentje op pelgrimstocht door de mooiste wildernis ter wereld. Zo zou het vandaag gegaan zijn… zonder Corona.

Ik stap uit bed. Vandaag is de eerste dag dat ik hier ben gebleven. Beneden drinken Jasper en ik een kopje koffie met Oma, en eten er het traditionele zondagse gebakje bij. Ik verexcuseer me, en spring op de fiets naar mijn beste vriendin. In de stralende herfstzon wandelen we door het rood en geel getooide Vondelpark. Ze begrijpt hoe ik me voel vandaag, en dat doet wonderen. Als ik thuis kom staat Jasper al te koken voor het diner met mijn ouders. Na het eten bekijken we samen een online lezing over de betekenis van het Jezusverhaal, en delen we onze gedachten erover. Moe maar voldaan wensen we elkaar weltrusten. In bed bedenk ik me wat een mooie dag het is geweest, de dag waarop ik vertrokken zou zijn. Wat een geluk, dat ik er nog was.

Weggaan is een beetje als sterven voor de plek die je verlaat. Het had geen haar gescheeld, of ik had dit allemaal niet meer meegemaakt. Het is alsof ik een tweede kans heb gekregen om hier te zijn. Dit geeft me als vanzelf meer aandacht voor doodgewone dingen; het soort aandacht dat een pelgrim voelt voor zijn omgeving. In het boek dat ik nu lees, ‘Ga je eigen weg! De pelgrimstocht als innerlijke verandering’, schrijft Margrit Irgang: “Het behoort tot de kunst van de pelgrim de blik steeds weer fris op het schijnbaar bekende landschap gericht de houden, om details te ontdekken die hem nog niet zijn opgevallen”. De ondertitel van het boek verraadt al dat het hier niet om een gewone pelgrimstocht gaat, van de ene plek naar de andere. Het gaat om de pelgrimstocht van het leven.

De Groningse hemel

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt deze blogpost dus ook hier beluisteren, ingesproken door Gert van Drimmelen. De muziek die onder de podcast te horen is, is het nummer De Man In De Wolken van Harrie Jekkers.

“Ga je Groningen missen?” vragen mensen me vaak, als ik vertel dat we binnenkort terug verhuizen naar Amsterdam. Wat een vraag om zo van tevoren te beantwoorden! Het is natuurlijk stiekem niet hun vraag óf ik Groningen ga missen (met een simpele “ja” zullen ze geen genoegen nemen), maar wàt ik ga missen. En wat zal ik het meeste missen? De Groningers die altijd tijd hebben voor een praatje? Hun nuchtere, pretentieloze, en eigenzinnige mentaliteit? Ons grote huis, de moestuin, onze buren, of het feit dat je hier overal kunt parkeren?

Al deze dingen en meer zal ik zeker missen, maar het allermeeste zal ik “het gevoel van Groningen” missen. Het klinkt vreemd (of misschien niet, aangezien Jasper en ik hier allebei voorouders hebben), maar hier bekruipt ons een soort “oergevoel”. Je ziet het in de met vogels bezaaide weilanden, je ruikt het in de geur van gras en koeienmest, je voelt het in de ijskoude wind die rechtstreeks van de Noordpool komt.

Maar het allermeest ervaar ik het als ik naar de Groningse luchten kijk. Omdat het landschap zo vlak en leeg is, strekt de hemel zich als een gigantische koepel over je uit, altijd bezaaid met indrukwekkende wolkenpartijen in alle tinten wit, grijs en blauw. En als we ‘s ochtends wakker worden of ‘s avonds een ommetje maken, dan komen daar de kleuren goudgeel, pastelroze en oranje bij, die op een uniek Groningse manier contrasteren met de felgroene graslanden. Ik moet dan soms denken aan mijn favoriete lied van de (nota bene Haagse) cabaretier Harrie Jekkers:

Het was een landschap
zo mooi, zo schitterend leeg,
zo moest het geweest zijn
toen de wereld begon.
Je kon zien hoe alles
een vorm en een kleur kreeg,
in het licht van een eindeloos
opgaande zon.

Moederliefde

Je kunt deze blogpost ook hier beluisteren, ingesproken door Sanne van Deursen. De muziek die onder de podcast te horen is, is het nummer Nature of Love van Fia.

Het is zover, we gaan verhuizen! Jasper is haast klaar met zijn studie, ik heb afscheid genomen van mijn collega’s, en de dozen met huisraad staan al opgestapeld in onze woonkamer. De uitdaging: van een Gronings vrijstaand huis van 135 vierkante meter, naar de zolderverdieping van mijn ouderlijk huis in Amsterdam; 35 vierkante meter. Om dit te realiseren heeft mijn moeder al een loods geregeld waar we onze meubels kunnen opslaan. En mijn schoonmoeder kwam deze week drie dagen bij ons logeren, om ons te helpen met het opruimen en inpakken van onze spullen. Ook onze Amsterdamse vriendenkring en Groningse buren leven mee; inmiddels hebben we zoveel bossen bloemen gekregen dat we haast geen vaas meer kunnen vinden om ze in te zetten. Het raakt me om zoveel liefde te mogen ontvangen, en ik ga bij mezelf te rade. Verdien ik dit echt? Ben ik bij anderen net zo behulpzaam en attent? Als vanzelf ga ik mijn herinneringen na om te bedenken wat ik dan wel (en vooral wat ik niet) voor anderen heb gedaan, maar ik krijg de som niet kloppend.

Toen ik gisteren een laatste ommetje maakte door de Groningse weilanden, en me vergaapte aan de zwermen vogels die op de koude avondwind door de roze wolkenhemel zweefden, dacht ik opeens: liefde is een soort natuurkracht. Als we het hebben over natuurkrachten denken we vaak aan wind, water, zonnestralen, en soms misschien aan de instincten van dieren; zoals de vogels die nu naar het zuiden trekken. Maar de oorsprong van liefde ligt net zo goed in de miljarden jaren van evolutie die ons als individuen en als mensheid hebben gevormd. In de overleving en overlevering van duizenden generaties voorouders, die hebben samengewerkt, gezorgd, gezoogd. Dus misschien hoef ik de rekensom van de liefde, van “voor wat, hoort wat”, niet op te lossen. Liefde is geen rekensom, en dat geeft me de vrijheid om te mogen ontvangen wat ik op dit moment nodig heb; ook als ik het misschien nooit terug kan betalen. Liefde is een oerkracht die ons allemaal verbindt, en moederliefde al helemaal. Soms kunnen we het niet helpen, iemand te willen helpen; het zit in onze natuur.

Ik heb dit verhaal geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Wil je deze podcast dagelijks ontvangen, dan kun je je hier inschrijven.

Naaktslak

Deze post heb ik geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt hem dus ook hier beluisteren, ingesproken door Sanne van Deursen. Wil je deze podcast wekelijks ontvangen, dan kun je je hier inschrijven. De muziek die onder de podcast te horen is, is het nummer I Need to wake Up van Melissa Etheridge.

‘s Avonds in het donker loop ik door onze achtertuin. Ik zie haast niets, en moet met het zaklampje van mijn mobiel mijn weg zoeken langs stekelige braamstruiken. Plotseling voel ik iets onder mijn voet. Het is zacht, geeft eerst mee, en spat dan in een oogwenk uit elkaar. Snel richt ik mijn zaklamp erop, maar eigenlijk weet ik al wat het is: een naaktslak. Hij is plat; zijn ingewanden liggen naast hem op onze oprit. Het raakt me. Hij is weliswaar de vijand van iedere moestuinier, maar ik kan enkel denken aan hoe het voor hèm moet zijn. Het ene moment glij je nietsvermoedend over de klinkers, en het volgende worden al je ingewanden uit je zachte lichaam geperst. Een onvoorspelbare en onvoorstelbare dood.

En ja, natuurlijk weet ik dat mijn onbedoelde moord totaal in het niet valt bij de 200 miljoen dieren die elke dag worden gedood in de voedselindustrie; waar zelfs ik, als vegetariër, aan meewerk door zuivel en eieren te eten. En ook bij de tientallen diersoorten die dagelijks uitsterven, vanwege de mede door mij veroorzaakte klimaatverandering en verwoesting van hun leefomgeving. Om nog maar te zwijgen over het feit dat, tijdens mijn korte leven, de wereldwijde insectenpopulatie met 75% is geslonken door landbouwgif; iets wat ook ik steun, elke keer als ik iets koop dat niet biologisch is.

Ik word geraakt door mijn onmacht, want het was totaal niet mijn bedoeling om deze slak te doden. Maar ik word nog meer geraakt door mijn macht, want tóch is hij alleen door mijn toedoen vermorzeld. Van heel dichtbij voel ik dat het leven zo kwetsbaar is, dat ik niet “gewoon” mijn leven kan leiden zonder na te denken over de gevolgen van mijn keuzes, bedoeld of niet. Als ik het tij wil keren moet ik nu radicaal andere keuzes maken. Minder dierlijke producten, minder plastic verpakkingen, minder elektronica, minder vliegen. En juist meer geld betalen voor betere producten, zoals biologisch eten en duurzame kleding. Ook als anderen het niet doen, ook als het me moeite kost, en ook als ik er zelf op achteruit ga. Dank je, naaktslak, dat je me hebt gewezen op mijn verantwoordelijkheid; en rust zacht.

Het land dat ik je zal aanwijzen

Deze post heb ik geschreven voor de Podcast “Het verlangen geraakt te worden” van Vrijzinnig Centrum Vrijburg. Je kunt hem dus ook hier beluisteren. Wil je deze podcast wekelijks ontvangen, dan kun je je hier inschrijven. De muziek die onder de podcast te horen is, is het nummer “Leaving it all behind” van Fia.

Jasper en ik zitten in onze achtertuin. In de gouden nazomerzon dineren we met pas geoogste aardappels en courgettes. De tomaten en komkommers komen uit eigen kas, en de eieren hebben we gekregen van onze buurvrouw, die kippen heeft. Het is idyllisch, en juist dat maakt ons verdrietig. We hebben onze tuin verkocht, net als de kas, en ons huis. Het raakt me. De buurvrouw komt binnenkort een laatste keer bij ons eten. Dat raakt me ook. Ik krijg een mail van de Universiteit Groningen: “Zoals u weet eindigt binnenkort uw arbeidscontract bij ons”. Het raakt me weer. Steentje voor steentje wordt mijn identiteit als gerespecteerde sterrenkundige, en het veilige leventje dat we hier hebben opgebouwd, weer afgebroken. Desondanks heb ik jarenlang uitgezien naar dit moment: het begin van onze geplande reis naar Nieuw-Zeeland. We wilden in een half jaar het land te voet doorkruisen: van noord naar zuid, 3000 kilometer. Maar de grens is dicht. Eergisteren kreeg ik een mail van de luchtvaartmaatschappij: “Helaas hebben we vanwege het Coronavirus uw vlucht moeten annuleren.” We moeten ons huis uit, maar we kunnen niet weg. Het voelt alsof we onze tent opslaan om verder te trekken, maar we weten niet waarheen.

Zonder einde

Mijn schoonvader heeft me een boek gegeven toen ik promoveerde: “Zonder Einde”, van Hans Korteweg. Elke keer als ik het opensla, lijkt het precies een boodschap voor mij te hebben. Dit keer gaat het over Abraham. “De Eeuwige zei tot Abraham: ‘Ga weg uit je land, van je geboortegrond en uit het huis van je vader, naar het land dat ik je zal aanwijzen’.” God stuurt Abraham op weg, maar Ze zegt niet waarheen. Niet naar het land dat hijzelf heeft aangewezen in elk geval (in ons geval Nieuw-Zeeland). In de tijd van Abraham was het grootste avontuur om alles achter te laten en op weg te gaan. In onze tijd, waarin iedereen met één druk op de knop de meest verre reizen kan boeken, is hier blijven zonder te weten wat je moet doen misschien wel een nog grotere sprong in het diepe. “En Abraham ging zoals God het hem had gezegd.” Ik ben er klaar voor.